|
>
.02 > .01 .00 > .99 |
|
|
>
.02 .02 > .01 |
Grafische vormgeving/techniek
De seconde van Ron van Roon Fontlicenties en de kleine lettertjes Laissez-passer (nieuwe paspoort) |
|
>
.05 .04 .03 .02 .02 .01 |
|
|
>
.05 .03 .03 .01 .01 .01 |
|
|
>
.01 .00 .99 |
|
|
>
.02 .01 .00 |
|
|
>
.98 |

|
>
2000 > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > |
>
Meer dan een museum > De droom van Jan Hoet is werkelijkheid geworden: sinds mei 1999 heeft het Gentse Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, kortweg S.M.A.K., eindelijk de beschikking over een eigen behuizing. Toch is het museum allesbehalve een geïsoleerd doosje. > Even denk ik slachtoffer te zijn geworden van een practical joke. Ik sta voor een gebouw dat als twee druppels water lijkt op het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst waar ik naar op zoek ben. Casino, staat er boven de ingang. Was het S.M.A.K. niet ondergebracht in het gerenoveerde Casino-gebouw? De verwarring en verwondering die doorgaans pas binnen de museummuren wordt opgerakeld, begint op deze bewolkte donderdagmorgen reeds een paar honderd meter voor het werkelijke museum. Het is een situatie die ontegenzeggelijk kunst zou kunnen zijn, maar zolang de kunstenaar zich niet meldt, blijft het een simpel alledaags tafereel. Het is deze spanningsboog die ik met stafmedewerker Hans Martens wil bespreken. Het S.M.A.K. is namelijk meer dan je van een museum zou verwachten. Natuurlijk, het is een museum met een collectie en tijdelijke tentoonstellingen, maar het S.M.A.K. draait haar hand ook niet om voor een technofuif of de organisatie van een oudejaarsavond voor kinderen. Het zijn activiteiten die binnen het circuit van kunstenaarsinitiatieven reeds in vele variaties zijn opgevoerd, maar relatief nieuw zijn voor een museum. Hoe hongerig is het S.M.A.K. naar contact met het publiek? "We hebben geen structureel contact met het publiek in de zin van enquêtes of statistieken, vertelt Hans Martens. "Het publiek vraagt wel nog steeds om rondleidingen, alhoewel we hier vanuit de staf het idee van rondleidingen niet allen genegen zijn. Als je het hebt over hedendaagse beeldende kunst denk ik dat een individuele benadering de meest geschikte is. Een rondleiding is natuurlijk een handig educatief instrument, maar creëert vaak evenveel verkeerde beelden als positieve beelden. Mensen luisteren meer dan dat ze kijken en het wordt al gauw een praatje bij een plaatje. Een gids gaat de linken voor u leggen, terwijl het veel interessanter is om ze zelf te vinden. We hebben in dit museum altijd relatief hoge eisen gesteld aan het publiek. We geven u niet de pap in de mond. Toch is de drempel wat lager geworden: er hangen nu al tekstpanelen aan de muur. Dat was vroeger zélden het geval. Sinds de opening van het nieuwe museum is het aantal bezoekers geëxplodeerd: vroeger zaten we op 30 à 40.000 bezoekers per jaar en nu gaan we naar de 200.000. Die 40.000 bezoekers zijn een geïnformeerd publiek die zelf hun weg wel kunnen vinden, maar die 160.000 nieuwe bezoekers moeten inderdaad op een andere manier begeleid worden. Dat doen we met behulp van rondleidingen, zaalteksten en de uitbouw van de website. Maar het vergt een enorme investering, zowel mentaal als financieel, om dat allemaal bij te benen. Het blijft altijd zoeken naar de ideale vorm van communicatie." > Over the Edges Het is half maart en het S.M.A.K. is druk doende met de laatste voorbereidingen van de Over the Edges, een tentoonstelling die in navolging van het befaamde Chambres dAmis (1986) - een project waarin kunst in talloze Gentse woningen werd geëxposeerd - buiten de muren van het museum zal plaatsvinden. Bij Over the Edges vormen de hoeken in het centrum van de stad Gent het vertrekpunt voor een kunsttoepassing. Hoe verklaart Martens de veel grotere toegankelijkheid van dit soort tentoonstellingen ten opzichte van museale presentaties? Martens: "Omdat het buiten de muren van het museum is natuurlijk. Je plaatst de tentoonstelling echt in het dagelijkse leven. Bij Chambres dAmis was het nog in de huizen, nu met Over the Edges is het echt op openbaar terrein, de publieke ruimte. Het uitgangspunt is de verhouding en het voortdurende spanningsveld tussen het museum en de maatschappij. Het gevolg van deze tentoonstellingen is altijd meerduidig: enerzijds trek je het reguliere museumpubliek aan dat naar een tentoonstelling in de stad gaat kijken en anderzijds heb je natuurlijk het potentieel van, laten we zeggen, 200.000 Gentenaren die dagelijks in de stad lopen en toevallig een kunstwerk kunnen ontmoeten en van daaruit geïnteresseerd kunnen raken in wat die tentoonstelling is. Door de mediabelangstelling zal het de meeste Gentenaars wel duidelijk worden dat er iets gebeurt, maar er zullen ook veel mensen zijn die na drie maanden niets hebben gemerkt." > Interface De anonimiteit van beeldende kunst kan een aantrekkelijk gegeven zijn, maar wordt echter weer teniet gedaan door de vermelding in de catalogus. Waarom moet iedereen weten dat we het met kunst te doen hebben? Martens: "Omdat er, denk ik, een blijvende grens zal bestaan tussen alledaagsheid en de kunst. Er is een streven van verzoening en symbiose - osmose zou ik bijna zeggen - tussen kunst en maatschappij. Het is altijd een beetje de utopie volgen natuurlijk; er is altijd dat geloof. Beuys, toch een beetje de geestelijk vader van onze collectie, werd gedreven door het geloof dat de kunst de maatschappij kan infiltreren en verzadigen. Beuys wilde dat de kunst zodanig infiltreerde, dat iedereen op een creatieve manier zou leven en er geen kunst meer zou bestaan. Dit utopische punt wordt eigenlijk voortdurend als utopie gekoesterd. Je kunt natuurlijk cynisch worden en weten dat je daar niet in gaat slagen, maar je kunt ook vanuit een bewuste naïviteit nog eens opnieuw proberen om kunstenaars in Over the Edges los te laten op de stad en dingen van verbeelding te laten maken waarbij je hoopt dat de toevallige voorbijganger die het ziet, even - al was het maar 5 minuten - verwonderd kan raken en op die manier anders naar zijn stad gaat kijken. Het is het provoceren op een positieve manier, het in gang zetten van de overdracht van wat de kunstenaar in zijn werk heeft geïnvesteerd. Wij als museum spelen een soort interface tussen de investering van de kunstenaar en de overdracht naar de bezoeker." > Geen geïsoleerd doosje Zijn tentoonstellingen als Chambres dAmis en Over the Edges enerzijds en het museum anderzijds, de grenzen waarbinnen kunst de maatschappij kan infecteren? "Dat is ook voor ons telkens een vraagstelling", legt Martens uit. Eén van de conclusies die je na afloop van Chambres dAmis kon trekken was: er is een museum nodig. Kunst in private woningen functioneert, maar aan de andere kant heb je een museum nodig als een soort laboratorium, een hoofdkwartier waarin kunst gedijt. Het is om de beslotenheid van het museum even te verlaten, een frisse wind te laten waaien door letterlijk en figuurlijk naar buiten te gaan, en van daaruit opnieuw te leren en uzelf te bevragen hoe het museum verder kan functioneren in relatie tot de stad. Heel belangrijk bij Over the Edges en ook heel belangrijk voor dit museum is de maatschappelijke profilering: wat kunnen wij als museum betekenen voor de lokale gemeenschap of, iets ruimer, Vlaanderen of Europa. Wat is de relatie, wat is onze plaats, wat is onze maatschappelijke functie. Dit museum is geen entiteit op zich, geen geïsoleerd doosje. Dat weerspiegelt zich ook doordat we het museum openstellen voor niet louter beeldende activiteiten. We trachten ook cross-overs te maken naar poëzie, hedendaagse muziek en activiteiten als een technofuif. Het S.M.A.K. is ondertussen een begrip geworden, het is meer dan een museum. Het is een plaats waar dingen gebeuren." > - - - > > S.M.A.K. - Citadelpark, Gent - www.smak.be > > > © Gerard Voshaar 2003 |