|
>
.02 > .01 .00 > .99 |
|
|
>
.02 .02 > .01 |
Grafische vormgeving/techniek
De seconde van Ron van Roon Fontlicenties en de kleine lettertjes Laissez-passer (nieuwe paspoort) |
|
>
.05 .04 .03 .02 .02 .01 |
|
|
>
.05 .03 .03 .01 .01 .01 |
|
|
>
.01 .00 .99 |
|
|
>
.02 .01 .00 |
|
|
>
.98 |

De nieuwe Nederlandse reisdocumenten, ontworpen door Jaap Drupsteen
|
>
2001 > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > > |
>
Laissez-passer > Zijn bankbiljetten gaan eruit, maar zijn paspoort komt eraan. Een leven zonder een ontwerp van Jaap Drupsteen in je broekzak zit er voorlopig niet in. > Het mag u zijn ontgaan, maar de beveiliging van het huidige Nederlandse paspoort is zo lek als een mandje. Fraudeurs blijken het reisdocument eenvoudig te kunnen vervalsen. Een legaal in Amsterdam verblijvende Iraniër had anno 1996 niet meer dan een strijkijzer, verfverdunner en wat oogschaduw nodig voor de productie van vele duizenden nieuwe Nederlandse paspoorten. In vijftien minuten was het karwei geklaard. Twee nieuwe paspoortfraudes in 1998 waren de aanleiding voor minister van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) om flink vaart te zetten achter de ontwikkeling van een nieuw fraudebestendig paspoort, een heet hangijzer in politiek Den Haag. Eind jaren tachtig zorgden de verwikkelingen rond het toenmalige nieuwe paspoort immers nog voor het aftreden van VVD-minister Van Eekelen en CDA-staatssecretaris Van der Linden. Niet alleen de twee bewindslieden moesten destijds het veld ruimen, ook het zogeheten KEP-consortium, de producent van het paspoort, overleefde het debacle niet. De vraag naar een fraudebestendig paspoort bleef echter onverminderd bestaan. Valse identiteitspapieren kosten de overheid handenvol geld. Uit een onderzoek van het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) van Amsterdam blijkt dat elke persoon die in ons land verblijft met een vals of vervalst paspoort, naar schatting rond de 100.000 gulden per jaar kost. Met een vals paspoort komen voorzieningen als uitkeringen, ziekenfondsverzekering en zelfs een hypotheek binnen handbereik, om nog maar te zwijgen over de rol van een vals document in de mensenhandel, kindersmokkel, schijnhuwelijken en wit wassen van zwart geld. > Onderwerp In 1999 kreeg Jaap Drupsteen de opdracht om een nieuwe generatie reisdocumenten (paspoort en identiteitskaart) te ontwerpen. Zijn voorkeur voor een abstract vormgegeven paspoort kwam niet als een verrassing. Een blik op Drupsteens bankbiljetten van 1000, 100, 25 en 10 gulden verraden de voorkeuren van de ontwerper. Heel iets anders dus dan het historische stripverhaal dat op de visumpaginas in het huidige paspoort is afgedrukt. Het paspoort als onderwerp is van zichzelf al karakteristiek genoeg, dus waarom zou je er dan nog molens of zeilschepen bij gaan slepen, meent Drupsteen. Een paspoort is geen leuk boekje waar je je kinderen uit voorleest, het is een reisdocument. Als je beveiligingselementen moet gaan verstoppen in concrete voorstellingen, kan het al gauw mis gaan. De controle wordt dan te complex. Het is iets anders als er een hele baan over een ontwerp of een heel vlak fout gaat. In dat geval durven fraudeurs een document niet eens in omloop te brengen. De paginanummering in het nieuwe paspoort is een aardig voorbeeld van Drupsteens uitgangspunt. De in verschillende kleurstellingen uitgevoerde visumpaginas van het document worden gedomineerd door een herhalend patroon van in pasteltinten verlopende paginacijfers. De nummering is op zon manier verweven dat alle paginas in het paspoort elementen bevatten van de tegenoverliggende pagina. Hierdoor valt het onmiddellijk op als er een pagina is verwijderd of vervangen. > Controle Een goede beveiliging en een eenvoudige controlemogelijkheid, dat waren de belangrijkste eisen die het ministerie van Binnenlandse Zaken aan het nieuwe paspoort stelde. De controleerbaarheid is iets waar ik zelf meer de aandacht op heb gevestigd, vertelt Drupsteen. Door Fons Knopjes, mijn directe begeleider (de paspoortspecialist van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van Binnenlandse Zaken, GV), kreeg ik een aardig beeld van de problemen waar controleurs doorgaans op stuiten. Hij heeft me op een dag meegenomen naar Schiphol en ik heb een hele tijd over de schouders van die mannen meegekeken. Je realiseert het je nooit als je daar in de rij staat, maar ze controleren buitengewoon snel. Dan vraag je je af hoe ze daar in godsnaam een vals paspoort uit kunnen halen. Nou, ik heb de vangst van diezelfde middag nog gezien. Er zat een Italiaans paspoort bij dat zo perfect was dat ik het niet eens zag. De controleurs visten dat paspoort er zo uit. Daar was ik wel van onder de indruk. Ik vond het dan ook een heel belangrijk uitgangspunt om de controleurs te behagen. Als je het de controleurs moeilijk maakt, heb je al een vervelende handicap. Om die reden heb ik heel bewust aan de beveiliging gewerkt. Waar het om gaat is dat je alle beveiligingskenmerken zo organiseert dat er een ordelijk en overzichtelijk beeld ontstaat. Een vals of vervalst paspoort moet er onmiddellijk uitspringen. Dat is geen gangbare opvatting, maar ik heb ze bij de bankbiljetten ook toegepast en op basis van die argumenten heeft men die interpretatie overgenomen. Met de bankbiljetten heb ik mijn gelijk bewezen. De biljetten worden zo goed als niet nagemaakt. Dat succes moet ik natuurlijk niet al te veel op mezelf betrekken want het heeft ook wel degelijk te maken met de briefing en onderzoek destijds vanuit De Nederlandse Bank en drukkerij Enschedé. Het is aan de ontwerper om de plaats te bepalen en de visuele organisatie te maken. De beveiliging is vooral een kwestie van perceptie. Waar zet je het neer en hoe zet je het neer, welke vorm heeft het en welke plaats in het geheel en wat draagt het bij aan de kwaliteit van het ontwerp. Dat zijn soms behoorlijke puzzels, maar als je eruit komt heb je vind ik het optimum gevonden. Als voorbeeld refereert Drupsteen aan het krentenbrood van belangrijke en onbelangrijke teksten waarmee vrijwel alle paspoorten en identiteitsbewijzen zijn doorspekt. In drie talen staat er de voornaam, achternaam, de geboorteplaats, de burgemeester, enzovoort, zegt Drupsteen. Allemaal formele teksten die een ontzettende tekstbrij maken. Als het er dan toch moet staan, dacht ik, dan verstop ik het in grote banen. Daardoor is het ineens hoe wonderlijk het er misschien ook uit ziet opgeschoond. Bovendien is de foto verweven met die blauwe banen waardoor je hem er niet meer uit kunt snijden, zelfs al zou je de plaktechnieken beheersen. > Polycarbonaat met chips Door het gebruik van de modernste technieken is de beveiliging van de nieuwe generatie reisdocumenten vele malen beter als het huidige paspoort. De houderpagina bestaat niet meer uit papier met een laminaatfolie, maar is nu gemaakt van polycarbonaat. Met behulp van een lasergraveertechniek wordt alle persoonsinformatie, inclusief de pasfoto en handtekening, ingebrand in het kunststof. De gegevens bevinden zich dus ín de kunststof kaart en liggen dus niet óp de kaart. Daarnaast wordt de plastic kaart voorzien van een tweede pasfoto in de vorm van minuscuul kleine geperforeerde gaatjes. Als het document tegen het licht wordt gehouden kan het resultaat van deze speciale laserperforatietechniek worden bekeken. De van de houderpagina afgeleide identiteitskaart wordt voortaan uitgevoerd in creditcardformaat, zodat deze gemakkelijker in een portemonnee past. Zowel op het paspoort als op de identiteitskaart is ruimte vrijgehouden voor een toekomstige biometrische chip. Een dergelijke chip zou unieke persoonsgebonden lichaamskenmerken zoals een digitale vingerafdruk kunnen bevatten. Met een biometrisch leesapparaat kan worden bekeken of de identiteit van een persoon overeenkomt met de informatie op de chip. De overheid wil biometrie vooral inzetten als controlemiddel tegen lookalikes (mensen die het paspoort van een ander gebruiken). Naar deze toepassing wordt op dit moment een haalbaarheidsstudie gedaan. Ongetwijfeld de meest krachtige beveiliging is dat alle documenten voortaan centraal worden verwerkt bij producent Enschedé/SDU in Haarlem. Daarmee komt een eind aan de nogal vreemde situatie dat er stapels blanco paspoorten in de gemeentehuizen liggen te wachten op een rechtmatige eigenaar of mensen die er minder goede bedoelingen mee hebben. De nieuwe werkwijze betekent wel dat de consument twee keer naar het gemeenteloket moet. De producent hanteert namelijk een wachttijd van drie werkdagen. Een duurder noodpaspoort kan echter ook binnen 24 uur worden geregeld. Hoewel het nieuwe paspoort al in juni klaar is, zal het om de drukke zomerpiek te mijden, pas per 1 oktober worden ingevoerd. > Kenmerken De ingebrande persoonsgegevens en de tweede pasfoto zijn onderdeel van de zogeheten eerstelijns beveiligingskenmerken. Het zijn de bijzondere eigenschappen van het paspoort die zonder extra hulpmiddelen zijn waar te nemen. Het door Jaap Drupsteen ontworpen watermerk en het kinegram behoren hier eveneens toe. Het watermerk het wapen van Nederland is opvallend helder en heeft een fraaie dieptewerking. Drupsteen is er trots op: Dit paspoort heeft het beste watermerk dat ik ooit gezien heb. Je kunt het optimum bereiken als je maar weet hoe de papierstof zich gedraagt op de stempel. Daarbij heb ik de zwart/witverdeling - dus de organisatie van lichte en donkere partijen - met een digitale truc verdeeld. Dat werkt echt heel anders dan wanneer je het tekent of het op je gevoel doet. Wat die digitale truc behelst houdt Drupsteen echter liever geheim. > Het kinegram (een soort hologram op een metallische folie) was voor Drupsteen het meest complexe onderdeel van het ontwerp. De eis was namelijk dat het kinegram onder de deklaag terecht moest komen. Dat betekende dat de brekingsindex en dus ook de zichtbaarheid enorm zou worden afgezwakt. De Zwitserse producent wilde, zoals gebruikelijk in beveiligingsland, het kinegram geheel inhouse ontwerpen en uitvoeren. Drupsteen: Daar gaan mijn stekels van overeind staan. Ik wil weten hoe het werkt en wat de criteria zijn. Ik heb met die ontwerpers gesproken, maar ze vonden mijn bemoeienis niet echt leuk. Bij een tweede bezoek heb op slinkse wijze nog meer informatie aan ze weten te ontfutselen. Ik zie nu hoe het werkt en ik denk dat ze het kinegram in eerste instantie veel te ingewikkeld wilden maken; zeker als het onder de deklaag goed moet blijven werken. Nu weet ik het geheim. Daarmee is voor mij opnieuw bewezen dat beveiliging perceptie is en perceptie moet je organiseren en het organiseren van perceptie is ontwerpen. Aan alle ingewikkelde dingen ligt een simpel principe ten grondslag. Als je dat maar eenmaal kent. Het kinegram is in zekere zin het zwaarste geweest maar daardoor ook weer het leukste. Dat is ook de reden waarom ik graag werk met moeilijke technieken en ingewikkelde opdrachten en rare problematische gevallen. Als dat er niet in zit, verveel ik me een beetje. Het eerste wat je tegenkomt zijn de beperkingen van je eigen talent. Techniek lokt je uit de tent. Techniek brengt je bij oplossingen die je nooit had kunnen verzinnen. En dat is een veel leuker avontuur vind ik dan alsmaar in je eigen straatje blijven zitten. > - - - > > Studio Drupsteen - www.drupsteen.nl > > > © Gerard Voshaar 2001 |