Vorige week donderdag was het gedichtendag. ‘Ter gelegenheid van’ had de Volkskrant een aantal van zijn fotografen op pad gestuurd om dichtregels in het openbaar vast te leggen. Mooi hoor, poëzie op straat, al valt er op de typografie vaak wel het een en ander af te dingen. Op de plaatsing trouwens ook. In Doetinchem staan gedichten op de voet van lantaarnpalen. Om de kleine letters te kunnen lezen, zul je tegelijkertijd moeten moeten bukken én uitkijken dat je niet overreden wordt. Uit deze afbeelding kan ik in ieder geval opmaken dat het gedicht naar de straat is gericht. Nog lelijker is de oplossing die ze in Bergen op Zoom hebben bedacht. Het gedicht van Maria van Daalen is in zo’n klein lettertje uitgevoerd dat het vanaf de straat nauwelijks valt te lezen. Tja, en dan hangen ze er maar een bordje bij waarop het gedicht nog eens staat uitgeschreven.
Gelukkig bestaat er ook geslaagde poëzie op straat. En dat bedoel ik zowel inhoudelijk als typografisch. Het mooiste is natuurlijk om al wandelend op een gedicht te stuiten dat nog even in je hoofd blijft hangen voordat je je weer in de dagelijkse beslommeringen stort. Neem bijvoorbeeld de gedichten van:
- Jan Kleingeld
- Cornelis Bastiaan Vaandrager
- Chr. J. van Geel (meer foto’s)
Ook mooi: een column van Martin Bril met een verwijzing naar een gedicht van Toon Tellegen.
De typografisch best verzorgde muurgedichten vind je overigens in ’s-Hertogenbosch. Of niet?
Philip Freriks gaf me vannacht een antiek borrelglaasje cadeau. ‘Als dank voor de gezellige dag’, zei hij nog. Ik liep door de poort en tastte met mijn ogen het pleintje af waar ik had afgesproken met mijn goede vriend Theo. Hij was alleen in geen velden of wegen te bekennen. Niks voor Theo, dacht ik nog. Dan maar wat rondlopen op het pleintje. Opeens zag ik een put, of liever gezegd, een ondiep waterreservoir dat in het kinderkopjeswegdek was verwerkt. Het reservoir was voorzien van een fijnmazig soort kippengaas. En in dat gaas stond een tekst: ‘Gerard, loop vanaf het Place du Mouton’. Ik stond perplex. De tekst was namelijk opgebouwd uit water dat op de een of andere manier in de mazen bleef 'hangen'. Net toen ik me bedacht dat de zin incompleet was, gebeurde er iets met het waterreservoir. Vanaf de bovenkant van de put werd het water in beweging gebracht. De tekst verdween en maakte plaats voor nieuwe woorden: ‘3000 meter omhoog tot aan een schooltje, Theo’. Vervolgens ging deze droom als een nachtkaars uit, maar die put bleef me bij het wakker worden intrigeren. Kan dat, zo’n waterreservoir?
Gisteren kwam ik ’m weer tegen: mijn oude gebroken typometer anno 1983. Het blijft een handig ding om het corps en de regelafstand van bestaand drukwerk te meten. De goedkoopste typometer staat gewoon online. Een velletje transparante folie in je printer et voilà. Ga je voor stijl en perfectie, dan koop je natuurlijk de DTP-Typometer van Andreas en Regina Maxbauer.
Kunst in de vorm van tekst, ik heb er wel wat mee. In mijn academietijd werd het gebruik van teksten in kunstwerken als ‘gevaarlijk’ beschouwd. Wie letters ziet, gaat meestal onmiddellijk lezen en dat drukt de noodzaak om te kijken naar de achtergrond, zo was de redenering. Toch ken ik veel voorbeelden van kunstwerken die dankzij het gebruik van tekst aan verbeeldingskracht hebben gewonnen. Denk aan het werk van John Körmeling of Marc Ruygrok, maar ook: Bruce Nauman, Jenny ‘Protect me of what I want’ Holzer, Roy Liechtenstein en Ludger Gerdes. Zomaar wat namen die me te binnen schieten.
Een aardig voorbeeld van recente Nederlandse ‘letterkunst’ is het 24 meter lange hekwerk dat beeldend kunstenaar Geert Koevoets ontwierp voor wijkgebouw De Fonkel in Helmond. Een mooi één-tweetje tussen vorm en functie: de woorden versterken letterlijk de functie van het hek. De typografie van het ‘letterhek’ is verzorgd door Sander Neijnens. Hij koos uiteindelijk voor de Frutiger omdat de open vormen van dit lettertype zich mooi voegen in de strakke regels en de kapitaal J niet onder de basislijn uitsteekt. Opmerkelijk is dat de spaties als dichte vlakken zijn uitgevoerd. Volgens Neijnens mochten de spaties vanwege veiligheidsvoorschriften geen ‘open gaten’ blijven. Gek genoeg heeft dat nauwelijks consequenties voor de leesbaarheid. Doe dat maar eens na op papier!
N.B.: de vooruit- en achteruitknoppen op Geert Koevoets’ fotopagina’s werken niet in Apples Safari webbrowser.
Pixeltape, een leuk idee, maar waarom zijn de pixels rond? Het lijkt me juist aardig als je de tape kunt gebruiken voor het aanbrengen van je favoriete pixelfont op de muur. Een tape met een ruitjespatroon dus. Mmm.